In het idyllische dorpje Lutten, niet ver over de provinciegrens bij Coevorden, speelde zich eens een verhaal af dat de tongen deed klikken en de harten deed bonzen van angst en verwondering. Het verhaal van de goddeloze vrouw die haar lot verbond aan de duivel.

In een bescheiden huisje, omringd door het weelderige groen van het platteland, woonde een welgestelde boer. Hij was de heerser over uitgestrekte akkers en had talloze knechten en meiden in dienst. Onder hen bevond zich een vrouw van rijpere leeftijd, bekend om haar scherpe tong en angstaanjagende temperament.

Geen enkele jongeman durfde haar hand te vragen, uit angst voor haar ontembare woede. Op een dag, toen de kermis het dorp in feeststemming bracht, fluisterde ze in het geheim tegen zichzelf: “Als ik vanavond geen jongen vind, dan zal ik dansen met de duivel zelf!”

Het leek bijna alsof haar woorden werden beantwoord door het lot, want ‘s avonds ontmoette ze een knappe jongeman, met een duistere glans in zijn ogen. Ze dansten en lachten, en al snel nam hij haar mee naar haar huis. Maar binnen de veilige muren van haar woning veranderde de sfeer snel.

De vreemdeling bleef maar zitten, zijn aanwezigheid vullend met een onheilspellende aura. Het meisje, nu bevangen door angst, smeekte haar werkgever, de welvarende boer, om hulp. De boer, bezorgd om zijn personeel, stuurde onmiddellijk een boodschap naar de dominee van het dorp.

Toen de geestelijke arriveerde, probeerde hij met vriendelijke woorden de vreemdeling te overtuigen om te vertrekken. Maar de jongeman weigerde categorisch, zijn glimlach een duivelse grijns geworden. Alle pogingen leken vruchteloos, tot de dominee zijn laatste redmiddel aangreep.

Met bevende stem begon hij het Onzevader te bidden, zijn woorden doordrenkt van geloof en hoop. Bij de smeekbede “Verlos ons van de boze” leek de vreemdeling te verstijven, zijn gestalte vervagend tot een wolk van duisternis die oploste in het niets.

Het dorp Lutten zuchtte opgelucht, maar het verhaal van de goddeloze vrouw die danste met de duivel bleef hangen als een schaduw over de gemeenschap. Het diende als een waarschuwing, dat sommige wensen beter onuitgesproken kunnen blijven, en dat het geloof en gebed de kracht hebben om zelfs de diepste duisternis te verdrijven. En zo ging de sage door, verweven in de geschiedenis van Lutten, als een herinnering aan de kracht van het goede over het kwaad.