In het jaar 1882 voltrok zich een opmerkelijke verschuiving in het afgelegen zuidoostelijke deel van Drenthe. Een golf van veenarbeiders, uitgeweken uit Friesland, Groningen en Overijssel, stroomde toe en liet voor het eerst de naam “Nieuw Amsterdam” verschijnen op topografische kaarten. Dit gebied stond voorheen bekend als “Bumaveen,” vernoemd naar Maria Louisa Hora Buma, de echtgenote van Anne Willem van Holthe tot Echten. Hoewel Bumaveen ontbreekt op kaarten, blijft het voortleven in krantenartikelen en boeken.

Al ver voor de grootschalige veenontginningen was het gebied dat later Nieuw Amsterdam-Veenoord zou worden, doordrenkt van menselijke activiteit. In 1688 werd de strategisch militaire dijk, de Heeren- of Leidijk, aangelegd van Den Hool via Veenoord naar Bourtange. Deze dijk, nu deels vervallen, werd in 1850 officieel opgeheven, maar de Herendijk herinnerde nog aan die verdedigingslinie.

De Boerdijk vanaf de Heerendijk naar Erm in 1820, en de stoomtram die in 1904 over de Boerdijk naar Sleen reed, vertellen het verhaal van een veranderend landschap. De markeverdeling van het veengebied en de ontginningen door verschillende markes beïnvloedden de historische ontwikkeling.

In 1850 richtte de N.V. Drentsche Kanaal Maatschappij (DKM) zich op de verbetering en verlenging van de Hoogeveensche Vaart in de richting van de Zuidoost-Drentse venen. Invloedrijke investeerders lieten hun naam achter op huizen, kanalen en sluizen, zoals Villa Echtenstein, het van Echtenskanaal, de Heemskerksluis en Kalffsluis.

Aan de zuidkant van het kanaal kocht de N.V. Drentsche Landontginning Maatschappij (DLM) in 1850 2256 hectare veengrond en doopte het “Amsterdamsche veld.” In 1852 en 1853 verschenen de eerste hutten, bewoond door veenarbeiders en kanaalgravers die onder barre omstandigheden leefden, met gedwongen winkelnering en seizoensarbeid.

De bittere armoede en slechte omstandigheden werden in de schaduw gehouden toen welgestelde investeerders hun namen vereeuwigden op het landschap. In 1901 werd de Woningwet aangenomen, maar het waren de veenarbeiders die hun leefomstandigheden verbeterden door de invoering van deze eerste wet omtrent volkshuisvesting.

L.B.J. Dommers, administrateur van de ontginning van het Amsterdamsche veld, werd later de eerste burgemeester van Schoonebeek. Het Dommerskanaal, gegraven tijdens deze periode, getuigde van zijn rol. Zijn residentie, Villa ‘La Paix,’ genoemd naar zijn moeder Carolina Franscisca La Paix, stond tegenover het Dommerskanaal.

In 1954, tijdens het jubileum van Veenoord Nieuw Amsterdam, schreef een auteur warme waardering uit naar de investeerders, maar vergat de schrijnende omstandigheden waarin de veenarbeiders het ontstaan van de veenkoloniën mogelijk hadden gemaakt. In 1888 begonnen de veenarbeiders in Nieuw Amsterdam te staken, wat zich snel verspreidde naar andere veenkolonies. Ondanks machtsvertoon van politie en leger, kwamen de verveners uiteindelijk over de brug, waarmee ze een sterk statement maakten tegen de moeilijke omstandigheden waarin ze leefden.