De zomer van 1918 bracht een onheilspellende schaduw over Drenthe met de komst van de Spaanse griep. De provincie, met haar rustieke landschappen en veenstreken, zou getuige zijn van een ongekende tragedie die het dagelijks leven volledig ontwrichtte.

Op 16 juli 1918 bracht de Provinciale Drentsche en Asser Courant alarmerend nieuws: de ‘Spaanse griep’ had zijn intrede gedaan in Drenthe. De ziekte verspreidde zich als een allesverwoestende storm, overgebracht door militairen die tijdens hun verlof de ziekte hadden meegebracht naar hun thuisfront. Al snel werden gezinnen door de epidemie getroffen, en overal waar mensen dicht op elkaar leefden – scholen, kazernes, volksbuurten, fabrieken – sloeg het genadeloos toe.

De autoriteiten grepen in, maar de mobilisatie in verband met de Eerste Wereldoorlog maakte het moeilijk om grote aantallen dienstplichtigen naar huis te sturen. Desondanks probeerden ze de verspreiding te beperken, en de epidemie leek in augustus af te nemen. Echter, in oktober keerde de ziekte terug met een veel kwaadaardigere variant. Opvallend was dat ditmaal niet alleen ouderen en kinderen het slachtoffer werden, maar meer dan de helft van de overledenen behoorde tot de leeftijdsgroep tussen 20 en 49 jaar.

De Spaanse griep manifesteerde zich razendsnel en genadeloos. Sommige patiƫnten werden binnen enkele minuten ernstig ziek en konden niet meer op hun benen staan. Binnen een halve dag overleden sommigen, hun longen gevuld met vocht waardoor ze stikten. De pandemie had een verwoestende impact op de bevolking van Drenthe, waar complete gezinnen werden getroffen en begrafenisstoeten een triest normaal straatbeeld werden.

In arme veenstreken konden huisartsen het werk niet aan. De burgemeester van Emmen smeekte de Rijksuniversiteit in Groningen om geneeskundestudenten, maar zelfs met hun hulp stonden de artsen machteloos. Pijnstillers, hoestdrank en het advies om goed te ventileren en rust te nemen waren de beperkte middelen die ze konden aanbieden. Experimenten met giftige kwikverbindingen getuigden van de wanhoop die heerste tijdens deze donkere dagen.

Het aantal doden in Drenthe was buitensporig hoog, met het provinciale sterftecijfer dat ver boven het landelijke gemiddelde lag. De armoede, slechte woonomstandigheden en gebrekkige hygiƫne maakten Drenthe bijzonder kwetsbaar voor deze ongekende pandemie. Te midden van voedselschaarste en de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, waar de bevolking verzwakt was, werd de provincie genadeloos getroffen door de Spaanse griep. Hoewel er een sprankje hoop gloorde, met een afnemende ziekte in sommige gebieden, bleef het Zuidoosten van de provincie nog lang in de greep van deze meedogenloze epidemie.