Het was een koude winterochtend in het jaar 1819, toen de inwoners van Sleen zich verzamelden op de karakteristieke brink van het dorp. De lucht was helder, en de geur van houtrook hing in de lucht terwijl de dorpsbewoners zich warmden rondom de knisperende vuren. De klok van de kerk luidde, een teken dat er iets bijzonders stond te gebeuren.

Sleen, een van de meest authentieke brinkdorpen in Drenthe, had een lange geschiedenis die terugging tot de vroege middeleeuwen. Het ontstaan van het dorp kon worden herleid tot de splitsing van een oude nederzetting, gelegen halverwege het huidige Noord-Sleen en Sleen. Archeologische vondsten, waaronder twee hunebedden ten noorden van de ZweeloĆ«rstraat en “De Papeloze kerk” langs de weg Noord-Sleen Schoonoord, getuigden van vroege bewoning die terugging tot zo’n 4500 jaar geleden.

De geschiedenis van Sleen werd verder gevormd door de tijd van de Dingspillen, waarin het dorp de hoofdplaats was van het 1e dingspil Suydevelt (Zuidenveld). Het dingspil omvatte acht kerspelen, waaronder Sleen, die samen een gemeenschap vormden in het uitgestrekte Drenthe.

In het begin van de 19e eeuw, op 6 januari 1811, vaardigde Keizer Napoleon een decreet uit dat grote veranderingen teweegbracht. Drenthe werd verdeeld in communes, waarvoor in elke commune een Maire (burgemeester) moest worden benoemd. Sleen werd aanvankelijk ingedeeld bij de gemeente Zweeloo, maar later, in het Koninklijk Besluit van 14 november 1815, werd Sleen erkend als een zelfstandige gemeente met grenzen langs de marke grenzen.

Op dinsdag 13 juli 1819, een dag die de geschiedenis van Sleen zou markeren, werden de nieuw benoemde schouten verwacht op het Bureau van het Provinciaal Gouvernement. Daar zouden ze de eed afleggen, waarna ze officieel hun nieuwe functies als bestuurders van de zelfstandige gemeente Sleen zouden aanvaarden. De eerste gemeenteraad, bestaande uit schout Johannes Boelken en raadsleden Jan Hamming ten Rodengate, Rudolf Abbinge, Hendrik Campinge en Lukas Dening, trad aan om de belangen van Sleen te behartigen.

Met deze historische gebeurtenis begon een nieuw hoofdstuk voor Sleen als een zelfstandige gemeente. De inwoners keken met hoop naar de toekomst, terwijl de lucht van verandering en zelfbestuur over het schilderachtige brinkdorp zweefde.