In het rampjaar van 1672, terwijl de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd aangevallen door een coalitie van buitenlandse machten, was één man een gevreesde figuur: Christoffel Bernard, bijgenaamd Bommen Berend. Zijn aanwezigheid alleen al deed de harten van de verdedigers van Nederland sneller slaan, en zijn naam werd gefluisterd met een mengeling van angst en vastberadenheid.

Het beleg van Coevorden was een cruciaal moment in die tijd. Kolonel Johan van Buren kreeg de immense verantwoordelijkheid om deze sterke vestingstad te verdedigen tegen de oprukkende vijand. Met een garnizoen van duizend man begon de strijd op 1 juli, en spoedig werden de muren van Coevorden bestookt met een nieuw, angstaanjagend wapen: de mortierbommen, ook bekend als stinkpotten of jezuïetenmutsen.

Het bombardement was angstaanjagend, maar er deed zich een opmerkelijke gebeurtenis voor. Een soldaat onder hopman Gabbema leek in staat te zijn de kracht van de bommen te bezweren. Met zijn vermeende magische vaardigheden leek hij in staat te zijn om de bommen te neutraliseren voordat ze schade konden aanrichten. Het was alsof hij een soort voorspellende gave had, waarbij hij kon anticiperen op waar de bommen zouden vallen. Sommigen geloofden dat dit het werk van de duivel kon zijn, anderen zagen het als een bovennatuurlijke interventie van God.

Echter, ondanks deze ogenschijnlijke bescherming, moest uiteindelijk op 11 juli de vesting aan de Munstersen worden overgegeven. Maar de geest van verzet was nog niet gebroken. Met de herovering van Groningen in gedachten, plande Carel Rabenhaupt, bijgestaan door de inventieve Meindert van der Thijnen, de herovering van Coevorden.

In de koude decembernacht van 29 op 30 december trok een klein leger onder leiding van overste Frederik van Eybergen over de bevroren moerassen richting Coevorden. Met vastberadenheid en moed namen ze de stad stormenderhand in, verrassend de vijand en herstellend wat eerder verloren was gegaan. Na de herovering volgde echter een bittere nasmaak, want zoals vaak gebeurde in die tijd, werd de stad geplunderd door de bevrijders.

Desondanks werden de helden van deze strijd niet vergeten. Meindert van der Thijnen werd beloond met een prestigieuze positie en eerbetoon, terwijl Frederik van Eybergen het commando kreeg over het garnizoen van de stad. Carel Rabenhaupt werd benoemd tot drost van Drenthe, met Coevorden als zijn zetel, een teken van erkenning voor zijn moedige daden.

Bisschop Van Galen probeerde nog tevergeefs de stad terug te veroveren, maar de natuur leek aan de zijde van de Nederlanders te staan. Een zware storm brak de dammen die de bisschop had opgeworpen, waardoor zijn plannen in het water vielen, letterlijk en figuurlijk.

Het beleg door Bommen Berend mag dan een duistere episode zijn geweest in de geschiedenis van Nederland, maar het bracht ook de heldhaftigheid en vastberadenheid van het Nederlandse volk naar voren, die zelfs in de moeilijkste tijden stand wisten te houden. En zo blijft het verhaal van Coevorden een inspiratiebron, een herinnering aan de kracht van volharding en moed in het aangezicht van tegenspoed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *