Het was in de vroege jaren van de 20e eeuw dat het idee ontstond om Schoonebeek te verbinden met de waterwegen. Burgemeester Norbruis, een visionaire leider, zag niet alleen de praktische voordelen van deze verbinding, maar ook de mogelijkheid om werk te verschaffen aan velen die dat zo hard nodig hadden. Het was 27 juli 1923 toen hij zijn plan voor werkverschaffing lanceerde tijdens een raadsvergadering.

Het dorp Schoonebeek, gelegen in het oosten van Nederland, werd voorheen voornamelijk bereikt via landwegen. De gedachte om het per schip bereikbaar te maken, opende nieuwe perspectieven voor de lokale arbeiders en ondernemers. De raad ondersteunde dit plan en op 22 december 1928 werd besloten tot de aanleg van een kanaal, compleet met weg, trekpad, haven en losplaats. Deze waterweg zou een aftakking zijn van Kanaal A, gelegen ten oosten van de Oostersebos, beter bekend als ‘het Oosteinde’.

Een opmerkelijk gebaar kwam van raadslid Lefert Hekman, die het grootste deel van de benodigde grond gratis ter beschikking stelde. Hierdoor werd het project niet alleen een publiek initiatief maar ook een gemeenschappelijke inspanning.

Op 27 augustus 1932 werd met trots het kanaal geopend, met een lengte van 1830 meter en een gloednieuwe haven. De feestelijkheden werden gemarkeerd door de aankomst van drie schepen, beladen met stenen voor de verharding van wegen in de omgeving. Burgemeester Norbruis en de heer Francke, hoofdopzichter van de Heidemij, hielden toespraken ter ere van dit historische moment.

De genodigden, opgewonden over de nieuwe waterweg, trokken te voet naar Kanaal A waar de schepen aangemeerd lagen. Daar stapten ze aan boord van het schip van schipper Drent om koers te zetten naar de pas geopende haven. Schoonebeek was nu per schip bereikbaar en de waterweg werd al snel liefkozend ‘Hekmanswieke’ genoemd, als eerbetoon aan de vrijgevige Lefert Hekman.

In de eerste naoorlogse jaren speelde het kanaal en de haven een cruciale rol, met name dankzij de opkomst van het Schoonebeker olieveld. Maar zoals de tijd voortschreed, veranderde het economische landschap. In de jaren ’50 nam het belang van scheepvaartverkeer af, terwijl het wegvervoer terrein won. Het schrijnende moment van 1962 markeerde het begin van het einde, toen men begon met het dempen van een deel van de Hekmanswijk en de haven. De waterwegen die eens de poorten openden naar Schoonebeek, vervaagden geleidelijk aan in de geschiedenis, en de eens levendige ‘Hekmanswieke’ werd langzaam bedekt door de tijd.