In het rustige Drentse dorpje Schoonebeek ontvouwde zich op een grijze maandagochtend, de 8e november van 1976, een ongekende ramp die de gemeenschap nog lang zou heugen. Het was geen storm die over het landschap raasde, geen natuurramp die toesloeg, maar een donkere wolk van olie, stoom, en modder die genadeloos neerdaalde op het vredige Schoonebeek.

De oorzaak van deze ‘olieramp’ lag diep onder de aarde, in een olieput van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Op 800 meter diepte begaf de afsluiter van put S457 het, waardoor een krachtige stroom van olie, stoom, en modder met ongekende intensiteit naar de oppervlakte spoot.

De NAM had eerder stoom onder hoge druk in de put ge├»njecteerd om de olie vloeibaarder te maken en gemakkelijker te winnen. Helaas kon de afsluiter deze druk niet langer weerstaan, waardoor het een ongecontroleerde ‘spuiter’ werd. De zwarte nevel verspreidde zich genadeloos door de wind, bedekte huizen, straten en inwoners. Een angstaanjagend, fluitend geluid vulde de lucht.

Gedurende dertien wanhopige pogingen trachtten NAM-technici de put te dichten. Pas bij de dertiende poging slaagden ze erin om een afdichter over de put te plaatsen. De stoom had bij eerdere pogingen de afdichter weggeblazen, maar nu, na talloze inspanningen, daalde de zeven ton wegende metalen constructie eindelijk over de boorpijp. Schoonebeek viel stil.

De schade was enorm en liep in de miljoenen guldens. Huizen, straten, en landbouwgronden waren bedekt met een dikke laag olie en modder. Maar de NAM nam haar verantwoordelijkheid en vergoedde alle schade. Het kostte echter drie lange maanden voordat Schoonebeek weer helemaal schoon was. In de nasleep van deze oliespuiter bleef de herinnering aan die grijze novemberdag nog vele jaren hangen in de harten van de inwoners van Schoonebeek, als een zwarte bladzijde in hun geschiedenis.