In de uitgestrekte vlaktes van Drenthe, waar de grillige lijnen van veengebieden zich aftekenden tegen de heldere luchten, lag een stuk land dat zijn eigen verhaal zou schrijven. Dit verhaal begon lang voor de komst van de moderne tijd, in de dagen toen de aarde nog jong was en de mensen pas begonnen waren met het zetten van hun eerste stappen.

In de oeroude dagen van de Steentijd, toen het landschap nog ruw en ongetemd was, was er al menselijke activiteit te bespeuren in de omgeving die later bekend zou worden als Nieuw-Dordrecht. Sporen van een houten weg, een eeuwenoud pad dat door het veen kronkelde, getuigden van de aanwezigheid van vroege bewoners. Dit pad, daterend van ongeveer 2600 voor Christus, wees op de vindingrijkheid en het doorzettingsvermogen van degenen die hier leefden, lang voordat geschreven geschiedenis haar intrede deed.

Maar het was pas in de negentiende eeuw dat de moderne geschiedenis van Nieuw-Dordrecht vorm begon te krijgen. In een tijd van vooruitgang en industriële revolutie, toen de rook van fabrieken de horizon bedekte en kanalen werden gegraven om het land te doorkruisen, kwam het gebied onder de aandacht van de Drentsche Veen- en Midden-Kanaal-Maatschappij, gevestigd in de verre stad van Dordrecht.

Deze maatschappij had grootse plannen voor de veengebieden van Noord- en Zuidbarge. Ze wilden een kanaal graven dwars door Drenthe, van Smilde tot aan de veengebieden. Als onderdeel van deze ambitieuze onderneming was er ook een zijtak gepland, die het Oosterveen en het Smeulveen zou verbinden. Maar de natuur liet zich niet zomaar bedwingen. De dikke keileembodem van de zandrug die het gebied doorkruiste, bleek een onoverkomelijke hindernis te zijn voor de graafwerken. De kosten en moeilijkheden stapelden zich op, en uiteindelijk werd besloten om af te zien van de aanleg van de zijtak.

In plaats daarvan verrees op de strook grond waar het kanaal had moeten komen een nederzetting voor de veenarbeiders en boeren die in de omgeving werkten. Deze nederzetting kreeg de naam Nieuw-Dordrecht, of Herendord, zoals het ook wel genoemd werd. Langs de zandrug werden stukken land verdeeld en verkocht aan landarbeiders, die hun eigen gemeenschap stichtten, bekend als Boerendord of Eerappeldordt.

Door de jaren heen groeiden deze twee nederzettingen organisch naar elkaar toe, samensmelten tot één dorp dat zijn eigen identiteit en geschiedenis vormde. Maar zelfs terwijl de moderne tijd zijn intrede deed en de wereld om hen heen veranderde, bleef de essentie van Nieuw-Dordrecht geworteld in het land zelf, in de veengronden en de oude paden die het verleden met het heden verbonden. En zo bleef het verhaal van Nieuw-Dordrecht doorgaan, door de eeuwen heen, als een herinnering aan de kracht van de menselijke geest en de ontembare natuur van het land.

Lancaster bommenwerper

In de stille nacht van 23 augustus 1943 werd het vredige dorp Nieuw-Dordrecht plotseling opgeschrikt door het dreunende geluid van een neerstortend vliegtuig. Het was een Lancaster bommenwerper, die in een zee van vuur neerdaalde op de rustige straten van het dorp. De inwoners werden bruut uit hun slaap gerukt door het angstaanjagende geluid van ontploffingen en het geknetter van vlammen.

Sergeant George Osmer, de jonge piloot van het toestel, vocht wanhopig om zijn vliegtuig onder controle te houden. In een laatste, moedige daad liet hij de overgebleven bommen vallen op een veld tussen Emmen en Noordbarge om verdere schade en slachtoffers te voorkomen. Zijn daad van heldenmoed zou echter niet voorkomen dat het dorp werd getroffen door verwoesting.

De Lancaster stortte neer op een woning aan de Heerenstreek, waar het een inferno van vuur en vernietiging achterliet. Talloze andere gebouwen werden ook verwoest, waardoor het dorp in chaos en rouw werd gedompeld. In de nasleep van de crash werden de overlevenden geconfronteerd met de verpletterende realiteit van verlies en vernieling.

Het lot van sergeant George Osmer en zijn bemanning werd bezegeld door deze tragische gebeurtenis. Zes van de zeven bemanningsleden verloren het leven bij de crash, terwijl het dorp Nieuw-Dordrecht rouwde om de verloren levens en de verwoeste huizen. De begraafplaats van het dorp werd een stille getuige van deze tragedie, met 24 oorlogsgraven als herinnering aan de gevallen R.A.F. bemanningsleden die hun leven gaven in de strijd.

De gebeurtenissen van die noodlottige nacht zouden voor altijd in de geschiedenis van Nieuw-Dordrecht gegrift blijven, een herinnering aan de verwoesting van oorlog en de moed van degenen die hun leven op het spel zetten voor vrijheid en gerechtigheid.