Het was een veelbelovende ochtend op 28 augustus 1928 in Drente, toen de koninklijke stoet zich aandiende in het historische Coevorden. Koningin Wilhelmina, vergezeld door Prins Hendrik en Prinses Juliana, zou de regio gedurende twee dagen vereren met hun koninklijke aanwezigheid. Het volk verzamelde zich langs de straten, vol opwinding en nieuwsgierigheid om een glimp op te vangen van de vorstelijke gasten.

Precies om elf uur, onder een stralende zon, arriveerde het gezelschap in Coevorden. De eerste halte op hun koninklijke reis was bij het imposante Meindert van der Thijnen monument. Dit gedenkteken, waarvan Hare Majesteit in 1924 eigenhandig de eerste steen had gelegd, stond als een eerbetoon aan de beroemde Drentse schoolmeester. De koningin nam de tijd om de inscripties te lezen en de symboliek van het monument te bewonderen, terwijl de menigte eerbiedig toekeek.

Na het bezoek aan het monument zette de koninklijke karavaan koers naar Dalen, een schilderachtig dorp omgeven door weidse velden en rustieke boerderijen. Hier, te midden van het groene landschap, vervolgde het gezelschap hun reis naar Emmen. Daar wachtten bijzondere instellingen op hen: de stichting tot verstrekking van plaatsjes aan veenarbeiders, de Groen van Prinstererstichting en de R. K. Stichting, opgericht door de R.K. Geestelijkheid in Zuid-Oost Drenthe en den A.B.T.S., “Drente vooruit”.

Het koninklijk gezin luisterde aandachtig naar de verhalen van de toewijding en inzet die deze stichtingen kenmerkten. De koningin, prins en prinses spraken met bewondering over de vooruitgang die werd geboekt in de sociale voorzieningen voor veenarbeiders. De rondleidingen boden niet alleen inzicht in de initiatieven maar ook in de warmte en gastvrijheid van de lokale gemeenschappen.

Het hoogtepunt van de dag was het bezoek aan het Tuinbouwvoorbeeldbedrijf (Ermerveen) te Nieuw-Amsterdam, een oase van agrarische innovatie. Hier, tussen kleurrijke bloembedden en groene gewassen, deelden boeren hun kennis en technieken met de koninklijke gasten. Het koninklijk gezin, geïnteresseerd en betrokken, liet zien dat zij de vooruitgang en duurzame praktijken van de Drentse boeren zeer waardeerden.

Vervolgens wachtte een bezoek aan een actief veenbedrijf, waar de koninklijke familie de handen uit de mouwen stak om te begrijpen hoe het dagelijkse leven op het land eruitzag. Ze observeerden met interesse de veenarbeiders die met toewijding hun werk deden, terwijl ze zich bewust werden van de uitdagingen en triomfen van het Drentse veenbedrijf.

De volgende dag bracht het koninklijk gezin een bezoek aan het gesticht tot verpleging van krankzinnigen te Zuidlaren. De koningin, altijd begaan met de zorg voor de minderbedeelden, nam de tijd om met het personeel te praten en de faciliteiten te inspecteren. Haar medeleven en betrokkenheid bij de zorg voor de mentaal zieken lieten een diepe indruk achter in Zuidlaren.

Na twee dagen vol ontmoetingen, bezichtigingen en warme interacties vertrok het koninklijk gezelschap uit Drente, wetende dat hun bezoek niet alleen een erezaak was, maar ook een blijvende herinnering aan een tijd waarin de koninklijke familie hun oprechte waardering toonde voor de schoonheid, veerkracht en vooruitgang van de Drentse gemeenschap.