Het Drentse avontuur van Vincent van Gogh

Het was een koude ochtend in september 1883 toen Vincent van Gogh, geïnspireerd door de verhalen van zijn vriend Anthon van Rappard, besloot zijn leven een nieuwe wending te geven. Hij verliet Den Haag en reisde naar het rustige Drenthe, overtuigd dat het leven hier goedkoper en eenvoudiger zou zijn. Met afscheidsgroeten aan zijn vriendin Sien en haar kinderen, begon Vincent zijn reis naar het noorden.

Op 11 september van dat jaar arriveerde Vincent per trein in Hoogeveen, waar hij zijn intrek nam in het logement van Albertus Hartsuiker. Zijn nieuwsgierigheid naar de omgeving leidde hem door Stuifzand, Zwartschaap, Pesse, en later naar Tiendeveen, Nieuweroord en Nieuwelande. Het ruige landschap, met turf en heide, de armoedige onderkomens van de bevolking, en de zware leefomstandigheden, vormden een bron van inspiratie voor zijn kunst.

In zijn brieven aan zijn broer Theo deelde Vincent zijn enthousiasme: “Ik zag superbe figuren buiten – treffend door een expressie van soberheid.” Hij vond schoonheid in de eenvoud van het leven in Drenthe, en zijn penselen dansten over het doek terwijl hij de karakteristieke elementen van de streek vastlegde.

Tijdens zijn verblijf in Hoogeveen bezocht Vincent een nabijgelegen kerkhof, waar hij de graven schilderde die begroeid waren met bunt en heide. Zijn liefde voor het landschap en de mystieke sfeer van de heide klonk door in zijn brieven aan Theo. Vincent deelde zijn ervaringen, beschrijvend hoe de terpentijngeur iets mystieks toevoegde aan de schilderachtige graven.

Na twee weken besloot Vincent dieper Drenthe in te trekken en nam de trekschuit richting Nieuw Amsterdam/Veenoord. Hij vond onderdak in het logement van Hendrik Scholte en vanuit zijn raam genoot hij van de serene heide die hem kalmeerde en inspireerde.

Tijdens zijn verkenningen maakte Vincent een dagtocht naar Zweeloo, waar hij brede woningen tussen eikenbomen ontdekte. Zijn penseel ving de gouden tinten in het mos, de roodachtige, blaauwachtige en geelachtige donkere lilasgrijzen van de grond, en de prachtige herfsttinten van de bomen. Zijn brieven weerspiegelden zijn diepe waardering voor het landschap en de kleurenpracht van Drenthe.

Ondanks de eenzaamheid van zijn tijd in Drenthe, waarin hij weinig contact had met andere kunstenaars, was het een belangrijke periode voor Vincent’s artistieke ontwikkeling. Zijn schilderijen, tekeningen en aquarellen uit deze tijd getuigen van de onuitwisbare indruk die Drenthe op hem maakte. Terwijl hij in zijn brieven verwees naar andere kunstenaars, bleef Drenthe zijn grootste inspiratiebron.

Op 4 december keerde Vincent vanuit Nieuw-Amsterdam terug naar Hoogeveen. De volgende dag nam hij de trein naar Nuenen, zijn Drentse ervaringen in zijn hart meedragend, vastgelegd op doek en in zijn herinneringen.