De Verzwolgen Toren van ‘t Haantje

In het najaar van 1965, in het rustige buurtschap ‘t Haantje nabij Sleen, voltrok zich een catastrofe die de wereld versteld deed staan. Het begon als een routineboring op de boorlocatie Sleen 2 van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), maar al snel ontaardde het in een angstaanjagende uitbarsting van de aarde zelf.

Op een koude middag in november, te midden van een landschap bedekt met herfstbladeren, was de lucht doordrenkt van spanning. Een boortoren van bijna vijftig meter hoog domineerde de horizon, omringd door een groep nerveuze arbeiders van de boormaatschappij. De dagen voordien waren gevuld met slaaptekort en technische problemen, en nu werd de situatie ronduit gevaarlijk.

Een oplettende medewerker merkte ‘molshopen’ op, een onheilspellend teken van opborrelend gas. Paniek verspreidde zich als een lopend vuurtje. “Wegwezen” was het bevel, maar nog voor de evacuatie voltooid kon worden, brak de hel los. Een angstaanjagende fontein van modder en gas spoot met ongekende kracht de lucht in, terwijl de boortoren zich met een gracieuze beweging boog en vervolgens volledig opslokte in een onrustige aardkrater.

De oorzaak van deze apocalyptische gebeurtenis lag diep onder de aarde verscholen. Bij het bereiken van ruim 1800 meter diepte, stuitte de boorploeg op een keiharde steenlaag, achter welke een gasreservoir met een druk van bijna 300 bar verborgen lag. Het verwijderen van deze barrière ontketende een krachtige gasexpansie die de boorlocatie deed trillen op haar grondvesten.

Een donkere maanlandschap ontstond rond de krater, die dagenlang borrelde en spuwde als een levend organisme. Wereldwijd stroomden verslaggevers toe om het macabere tafereel te aanschouwen. “De ingewanden der aarde zijn in Sleen nog steeds niet tot rust gekomen,” klonk het in de kranten. Het gebied was hermetisch afgesloten, de weilanden rondom de krater veranderd in een surreëel landschap van kleine erupties en gevaarlijke gaten.

Om de wild spuwende gasput onder controle te krijgen, besloot de NAM een nieuwe boorlocatie op 600 meter afstand te gebruiken. Na meer dan twee maanden hard werken slaagden ze erin om de erupties te stoppen. Op 21 februari 1966, meldde de NAM triomfantelijk dat Sleen 2 succesvol was afgesloten, met behulp van 400 ton cement die diep in het boorgat was geïnjecteerd.

De krater, eens een symbool van chaos, werd nu omgeven door duizenden kubieke meters zand en een verraderlijk meertje van drijfzand. ‘t Haantje en de ongelooflijke gebeurtenissen van die dagen zouden de geschiedenis ingaan als een herinnering aan de onvoorspelbare krachten die diep onder onze voeten schuilen.