In het vredige Dalerpeel, te midden van uitgestrekte veenontginningen in Drenthe, ontvouwde zich een geschiedenis die het dorp voor altijd zou markeren. De oorsprong van Dalerpeel gaat terug naar de grootschalige ontginning van het Veenhuizerveen, uitgevoerd door de Griendtsveen Maatschappij na de voltooiing van het Kanaal Coevorden-Zwinderen in de jaren 1935-1938. Als nevenproject van de maatschappij, die ook actief was in de ontginning van De Peel in Limburg, kreeg deze nederzetting de toepasselijke naam “Dalerpeel.”

Dalerpeel, gelegen tussen Dalen en Coevorden in het oosten, en Nieuwlande en Dalerend in het westen, ademde nog steeds de sfeer uit van het Drenthe tijdens de grote verveningen. Het dorp was een levend monument voor de Drentse verveningsgeschiedenis, waar alle stadia van turfwinning en ontginning duidelijk zichtbaar waren in het omringende landschap. Het gebied maakte deel uit van de grootschalige veenontginningen die het beeld van Drenthe bepaalden.

In de zomer van 1939, voordat de schaduw van de Tweede Wereldoorlog over Europa viel, bracht Koningin Wilhelmina een informeel bezoek aan Drenthe. Ze inspecteerde de voorbereidingen van het land op een mogelijke oorlog met Duitsland, die op dat moment nog niet als reƫel werd beschouwd. Op 22 juni 1939 doorkruiste ze de grensstrook in Drenthe en Groningen, waarbij ze ook het gebied rond Dalerpeel aandeed. De koningin prees de gastvrijheid van Coevorden en de goede verhouding tussen de soldaten en de burgers.

Echter, het lot nam een onverwachte wending op vrijdag 10 mei 1940, toen de oorlog daadwerkelijk uitbrak, zelfs voor het vredige Dalerpeel. Duitse troepen staken in alle vroegte de grens bij Coevorden over en probeerden snel door te stoten. Bij “de brug van Goselink” in de Lutterhoofdwijk en later bij de Oosterhesselerbrug bood men hardnekkige tegenstand.

Het kleine Dalerpeel werd plotseling geconfronteerd met de harde realiteit van de oorlog. De rustige veenontginningen werden verstoord door de geluiden van strijd en de aanwezigheid van bezetters. De inwoners van Dalerpeel, die voorheen hun dagen hadden doorgebracht te midden van de historische turfwinning, werden nu geconfronteerd met een nieuw hoofdstuk in hun geschiedenis – een hoofdstuk dat, net als de veenontginningen zelf, diep geworteld zou zijn in de herinnering van het dorp.

In de hedendaagse tijd is het gebied rond Dalerpeel getransformeerd tot een kleinschalig natuurgebied, doorsneden met sloten die de ooit uitgestrekte veenontginningen hebben opgedeeld. De mogelijkheden voor het herstel van hoogveen zijn beperkt vanwege de kleinschaligheid en de menselijke ingrepen, maar enkele veenputten bieden nog een toevluchtsoord voor de oorspronkelijke plantengroei. Tussen de veenmossen, die nog steeds hun unieke karakter behouden, gedijen plantensoorten als dophei, veenpluis, kleine en ronde zonnedauw en blauwe zegge.

Het gebied heeft zich ontwikkeld tot een waar paradijs voor vogelliefhebbers, waar maar liefst 77 verschillende soorten broedvogels zijn geteld. Opvallende trekvogels, met name in het waterrijke zuidwestelijke deelgebied genaamd Scheerse Veld, omvatten eendensoorten zoals wilde eend en wintertaling, brilduikers en tafeleenden. Grote aantallen graspiepers vinden hier een rustplaats tijdens hun trek.

De diversiteit van het gebied strekt zich uit tot het water, waar een overvloed aan libellen en juffers, waaronder de kleurrijke koraaljuffer, hun vleugels uitslaat. Vlinders zoals het veelvoorkomende heideblauwtje verlevendigen de lucht, terwijl de moerassprinkhaan zijn zomerse symfonie toevoegt aan het rijke palet van het gebied.

Dalerpeel, dat ooit het toneel was van grootschalige veenontginningen en later de onverwachte schaduw van oorlog zag, heeft zich in de moderne tijd omgevormd tot een oase van natuurlijke pracht. Het landschap, doordrenkt met geschiedenis, biedt nu een thuis aan een divers ecosysteem, waar flora en fauna harmonieus samenkomen en waar de lokale bevolking trots kan zijn op de veerkracht en het behoud van hun unieke erfgoed.