In de veenkoloniën van Drenthe, waar het leven doorgaans rustig kabbelde tussen de uitgestrekte velden en kanalen, brak in de negentiende eeuw een nieuwe traditie door: carnaval. De boeren, bekend om hun nuchterheid en werkethiek, verbaasden menigeen met hun plotselinge drang naar feestelijk vertier. Het waren de dorpsgenoten van Nieuw-Schoonebeek die als eersten de stoffige klompen uitschopten en zich overgaven aan een vrolijke dans rond de vuurkorven.

Het was een tijd waarin de zorgeloze geest van de Bourgondiërs herleefde, zij het op Drentse bodem. Carnaval nam hier voornamelijk de vorm aan van muziek, dans en overvloedig jenever drinken. De boerenerven werden omgetoverd tot feestlocaties, waar de klanken van de viool de nacht vulden en de jenever rijkelijk vloeide.

In 1965, te midden van de opkomst van carnaval in Nederland, werd in Barger-Compascuum een iconische carnavalsvereniging opgericht: ‘t Stiekelzwien, oftewel ‘de egel’. Met het verstrijken der jaren ontwikkelde carnaval zich tot een geliefd fenomeen in de regio. Steden kregen tijdens deze periode van uitgelatenheid nieuwe namen, zoals Lampegat voor Eindhoven en Oeteldonk voor Den Bosch. Barger-Compascuum werd omgedoopt tot Stiekelstad, waar jaarlijks de fanfares, marionetten en optochten weer de straten vulden.

Toch was het niet alleen plezier en vertier dat carnaval bracht. In 1971 werd al gespeculeerd over de mogelijke verspreiding van deze feesttraditie door heel Nederland. Een zekere Jean Rousseau, afkomstig uit het zuidelijke Maastricht, bracht carnaval naar Assen. Hier richtte hij De Narren van Pitlo op, waarmee de hoofdstad van Drenthe ook haar eigen stukje Maastrichtse gezelligheid verwierf.

Barger-Oosterveld, altijd vernieuwend, zorgde voor een primeur in 1976 met de kroning van carnavalsprins Ben Wolbers, een geheelonthouder. In een tijd van overmatig alcoholgebruik koos hij voor chocolademelk als zijn drankje van keuze. Zijn regeerperiode als Chocoprins werd met veel plezier ontvangen en tien jaar later werd hij opnieuw verkozen, ditmaal in Nieuw Dordrecht, waar zijn nuchtere charme en liefde voor chocolade de harten van de feestvierders veroverde. Zo verankerde carnaval zich diep in de Drentse bodem, als een jaarlijks hoogtepunt waarin de zorgen van alledag even werden vergeten en de gemeenschap samenkwam in een sprankelend feest van muziek, dans en traditie.