In het rustieke Angelslo, waar het verleden zich diep in de grond verschuilt, begon het verhaal van de nederzetting lang voor de moderne woonwijk zijn intrede deed. Op de zandrug, die twee meter boven de omringende moerassen uitstak, vonden archeologen sporen van oude boerderijen uit de Bronstijd. Deze plek, doordrenkt van geschiedenis, werd ooit omgeven door bossen, zoals de naam ‘Angelslo’ doet vermoeden, waar ‘loo’ staat voor een boomrijke vlakte.

De naam Angelslo zelf evolueerde door de eeuwen heen, van Angel in 1325 tot Angelsloo in 1460 en uiteindelijk tot Angelslo in de jaren 1800. De naam lijkt te verwijzen naar ‘anger’, wat grasland betekent, en ‘loo’, wat staat voor bos. Een alternatieve verklaring ziet de mogelijkheid van ‘angel’ (angula), wat bocht betekent, waarmee wellicht verwezen wordt naar de natuurlijke omgeving van de nederzetting.

In 1621 kwam de familie Van Selbach in het bezit van het erf ten Angelsche, gelegen in de marke van Barge. Door de eeuwen heen wisselde het bezit van eigenaar, met vermeldingen van boerenbedrijven en zelfs een herenhuis in 1774, eigendom van luitenant-generaal Jan Willem de Famars. Dit landgoed met zijn weidse uitzichten en jachtrechten kon echter pas in 1778 aan Lucas Willem Philip van der Borch worden geschonken, na een mislukte verkooppoging.

In 1789 werd het landgoed geveild en kwam uiteindelijk in handen van Louwert Fokkes Nieuwold. Het wisselde nog enkele keren van eigenaar voordat het in 1812 werd gekocht door Hinderikus Cremer, een koopman uit Coevorden. Na verloop van tijd raakte het landhuis in verval en werd naar verluidt afgebroken.

Het Angelslo zoals we dat vandaag kennen, werd pas administratief en bestuurlijk tot Emmen gerekend op 1 oktober 1938. Emmen III, zoals het ambtelijk bekendstaat, groeide uit tot een levendige woonwijk in de jaren zestig van de twintigste eeuw. De moderne huizen en straten van Angelslo dragen nu de geschiedenis van een nederzetting die ooit begon als een grasland omgeven door bossen, waar het verleden nog altijd doorschemert in de naam en de sporen diep in de grond.