Verzet Liquideert Burgemeester van Schoonebeek

Op een kille ochtend in juli van het jaar 1943, voltrok zich een gewelddadige daad die de geschiedenis van Schoonebeek zou markeren. Geert Bisschop, de controversiële burgemeester van de gemeente Schoonebeek, vond zijn einde in zijn eigen ambtswoning, de burgemeesterskamer. Deze gebeurtenis, hoewel lokaal van aard, had diepgaande repercussies die de lokale gemeenschap ver buiten de grenzen van Schoonebeek beïnvloedden.

Geert Bisschop, een voormalig secretaris van de gemeente Oosterhesselen, sloot zich voor de oorlog aan bij de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), grotendeels uit een gebrek aan toekomstperspectieven op zijn huidige werkplek. Op 10 november 1941 werd hij aangesteld als burgemeester van Schoonebeek. Onder zijn bewind ontpopte hij zich als een fervent jager op onderduikers, die hij meedogenloos trachtte op te sporen en aan te geven. Bisschop schuwde persoonlijke betrokkenheid niet en nam actief deel aan razzia’s, waarbij hij er persoonlijk op toezag dat de door hem ontdekte onderduikers werden opgepakt.

Op die noodlottige ochtend van 29 juli 1943 werd de heer Bisschop geconfronteerd met het verzet, dat zijn daden niet langer tolereren kon. In een gewaagde en gewelddadige daad drongen verzetsstrijders de burgemeesterskamer binnen en liquideerden Bisschop genadeloos. Bij de aanval kwam ook NSB-ambtenaar Roelof Jan Oostindiën om het leven. Helaas, in de chaos van het moment, werd een passerende ambtenaar genaamd Pieter de Boer dodelijk getroffen door een verdwaalde kogel, een tragische onbedoelde consequentie van de gewelddaad.

De Duitse bezetters, die geen genade kenden voor verzetsdaden, reageerden onmiddellijk op de liquidatie van burgemeester Bisschop. Politieman Kippers, beschuldigd van het leveren van wapens aan het verzet, werd op 14 april 1944 op de Waaldorpervlakte bij Den Haag geëxecuteerd als vergelding voor de dood van Bisschop en Oostindiën.

De gebeurtenissen van 29 juli 1943 in de burgemeesterskamer van Schoonebeek blijven een sombere herinnering aan de strijd tussen verzetsstrijders en de bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Deze tragische gebeurtenis markeert niet alleen het einde van een omstreden figuur, maar ook de voortdurende strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid in een tijd van onderdrukking en tirannie.