In de stille nacht van 23 augustus 1943 werd Nieuw-Dordrecht plotseling opgeschrikt door het dreunende geluid van een neerstortend vliegtuig. Het was een Lancaster bommenwerper, die in een zee van vuur neerdaalde op de rustige straten van het dorp. De inwoners werden bruut uit hun slaap gerukt door het angstaanjagende geluid van ontploffingen en het geknetter van vlammen.

Sergeant George Osmer, de jonge piloot van het toestel, vocht wanhopig om zijn vliegtuig onder controle te houden. In een laatste, moedige daad liet hij de overgebleven bommen vallen op een veld tussen Emmen en Noordbarge om verdere schade en slachtoffers te voorkomen. Zijn daad van heldenmoed zou echter niet voorkomen dat het dorp werd getroffen door verwoesting.

De Lancaster stortte neer op een woning aan de Heerenstreek, waar het een inferno van vuur en vernietiging achterliet. Talloze andere gebouwen werden ook verwoest, waardoor het dorp in chaos en rouw werd gedompeld. In de nasleep van de crash werden de overlevenden geconfronteerd met de verpletterende realiteit van verlies en vernieling.

Het lot van sergeant George Osmer en zijn bemanning werd bezegeld door deze tragische gebeurtenis. Zes van de zeven bemanningsleden verloren het leven bij de crash, terwijl het dorp Nieuw-Dordrecht rouwde om de verloren levens en de verwoeste huizen. De begraafplaats van het dorp werd een stille getuige van deze tragedie, met 24 oorlogsgraven als herinnering aan de gevallen R.A.F. bemanningsleden die hun leven gaven in de strijd.