Jan Liebe Bouma, geboren in 1889, staat bekend als een omstreden figuur in de geschiedenis van Emmen. Zijn naam wordt vaak geassocieerd met politieke controverses en zijn betrokkenheid bij de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging) tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bouma’s politieke carrière nam een duistere wending in maart 1941, toen hij lid werd van de NSB, een beweging die sterk verbonden was met het naziregime in Duitsland. Deze keuze bracht hem in conflict met zijn verantwoordelijkheden als burgemeester van Emmen en later als Commissaris van de Koningin.

Tijdens zijn ambtstermijn als burgemeester van Emmen werd Bouma beschuldigd van autocratisch gedrag, wat bijdroeg aan de groeiende onrust onder de lokale bevolking. Zijn lidmaatschap van de NSB versterkte de argwaan en het wantrouwen tegen hem.

In de jaren van de bezetting werd Bouma opgevolgd door NSB’er Best, die eveneens betrokken was bij dubieuze activiteiten en na de oorlog een lange gevangenisstraf kreeg opgelegd. Bouma zelf werd na de bevrijding berecht en veroordeeld tot een gevangenisstraf die duurde tot april 1948.

Opmerkelijk is dat Bouma, ondanks zijn lidmaatschap van de NSB, soms hulp bood aan gearresteerde landgenoten, wat mogelijk heeft bijgedragen aan een mildere straf. Hij beweerde achteraf dat zijn toetreding tot de NSB voortkwam uit een impulsief karakter en betreurde deze beslissing al snel. Hij beweerde ook dat zijn lidmaatschap niet voortkwam uit eigenbelang, maar eerder uit een zoektocht naar een manier om zijn persoonlijke mening te behouden binnen de beweging.

Na zijn vrijlating uit de gevangenis emigreerde Bouma naar Zuid-Afrika, waar hij zijn verdere leven doorbracht. Zijn tijd als Commissaris van de Koningin en zijn lidmaatschap van de NSB blijven echter een donkere schaduw werpen op zijn nalatenschap in de geschiedenis van Emmen.