Hoe zich in 1945 een drama voltrok in café Vleems

Op die noodlottige dag van 24 maart 1945, toen de lente in de lucht hing en de oorlog zijn laatste adem leek uit te blazen, voltrok zich een tragedie die diepe sporen zou nalaten in de geschiedenis van Wachtum. Café Vleems, een bescheiden doch geliefd etablissement waar menig dorpsgenoot zijn verhalen deelde en zijn zorgen vergat, werd het toneel van een verschrikkelijk drama.

Een Engelse bommenwerper, wellicht gehavend door gevechten elders, liet zijn brandstoftank vallen in de buurt van Wachtum. De tank, nog gedeeltelijk gevuld met kostbare benzine, doorboorde genadeloos het dak van café Vleems, dat tevens diende als de thuisbasis van drie generaties Vleems.

Het nieuws van het ongeluk verspreidde zich als een lopend vuurtje door het dorp. Zoon Hendrik en zijn broer Jan, die elders aan het werk waren op het land, renden naar huis bij het horen van de verwoestende klap. Wat ze daar aantroffen was een angstaanjagend tafereel: honderden liters benzine sijpelden vanaf de zolder naar beneden, een potentieel dodelijke vloedgolf van brandbaar materiaal.

Gelukkig waren de bewoners van café Vleems snel genoeg om naar buiten te vluchten, althans de meesten. Doch, het noodlot had een andere plannen. Buurvrouw Grootoonk, in haar haast om te helpen, vroeg of het vuur in de kachel nog brandde. De gedachte aan een potentieel inferno deed dochter Geesje Vleems beseffen dat het gevaar nog niet geweken was. Ze probeerde het vuur te doven, doordrenkt van benzine, maar werd gelukkig tegengehouden door haar buurmeisje Albertje Grootoonk, dat moedig haar plaats innam.

Een vonk was genoeg. De vrijgekomen benzinedampen ontvlamden in een verblindende explosie, en binnen een oogwenk stond het eeuwenoude pand in lichterlaaie. In de chaos en paniek die volgde, werden de heldhaftige daden van enkelen overschaduwd door het gruwelijke verlies van anderen.

Twee dappere buurmannen, Gerrit Grootoonk en Rieks Hilbrands, bevonden zich binnen in het brandende inferno. Met niets dan een hooivork probeerden ze wanhopig de afgeworpen benzinetank naar buiten te duwen. Maar de vlammen waren meedogenloos. Gerrit Grootoonk werd later teruggevonden, zijn lichaam verkoold door het vuur dat geen genade kende.

Rieks Hilbrands ontsnapte aan de vlammen, zij het met een hoge prijs. Hij sprong van het dak, zijn kleren in brand, en rolde wanhopig door het zand en het gras aan de overkant van de straat tot het vuur gedoofd was. Maar zijn verwondingen waren te ernstig. Ondanks een moedige poging om te overleven, bezweek hij die avond aan zijn wonden, zijn naam bijgeschreven in de trieste annalen van die fatale dag.

Buurmeisje Albertje, hoewel gewond, overleefde de vlammenzee, haar lichaam getekend door littekens van de verschrikkingen die ze had doorstaan.

Café Vleems, eens een baken van gezelligheid en gemeenschap, lag nu in puin, haar muren zwart geblakerd door het vuur, haar herinneringen begraven onder de as. Maar in de harten van de mensen van Wachtum zou de herinnering aan die tragische dag voortleven, als een waarschuwing voor de grillen van het noodlot en als een eerbetoon aan de moed en opoffering van degenen die hun leven gaven om anderen te redden.