In de straten van Nieuw-Amsterdam, waar het leven rustig zijn weg vindt temidden van groene velden en kalme waterwegen, werden de eerste schaduwen van de Tweede Wereldoorlog zichtbaar op de horizon. Op 1 september 1939, toen Duitsland Polen binnenviel, werd het zaad van conflict gezaaid, maar in Nederland heerste aanvankelijk een sfeer van kalmte en relatieve zorgeloosheid. Het idee van neutraliteit gaf een gevoel van bescherming; misschien zou de oorlog het land wel ongemoeid laten.

Maar die illusie werd wreed verstoord op 10 mei 1940, toen de dreun van vliegtuigmotoren de lucht vulde en de eerste tekenen van de Duitse invasie voelbaar werden. Zuidoost Drenthe viel in de vroege uren van de ochtend al in Duitse handen, en het Nederlandse leger, overweldigd door de verrassingsaanval, trok zich haastig terug achter de veilige linies van de Afsluitdijk. Voor de mensen in Drenthe begon de bezetting op die noodlottige dag, terwijl het geluid van voetstappen van de bezetter hun dorpen binnendrong.

Hitler hoopte op een snelle overgave van Nederland, maar de Nederlandse soldaten toonden een weerstand die de verwachtingen van de Duitse leiders overtrof. Bij de brug van Goseling, later bekend als de Krimbrug, vochten vier dappere militairen uit Nieuw-Amsterdam een moedige strijd, waarbij ze vanuit hun mitrailleursnest urenlang de Duitse opmars tegenhielden. Hun heldhaftige daad werd een lichtpuntje in de duisternis van de oorlog, een symbool van verzet tegen de bezetter.

Op 14 mei 1940 trof het genadeloze bombardement van Rotterdam het hart van Nederland, waardoor de angst voor verdere vernietiging wijdverspreid was. En op 15 mei, onder druk van de dreiging van meer verwoesting, gaf Nederland zich officieel over. Het land was nu onder Duitse bezetting, en het dagelijkse leven veranderde snel voor de mensen.

Rantsoenering en distributiebonnen werden de nieuwe realiteit, waardoor voedsel schaars werd en de overheid probeerde de beperkte voorraden eerlijk te verdelen onder de bevolking. Ramen moesten ‘s avonds verduisterd worden, om te voorkomen dat geallieerde piloten hun weg zouden vinden door het licht in de duisternis.

Het lokale bestuur van Emmen, onder leiding van burgemeester Bouma, gehoorzaamde gehoorzaam aan de bevelen van de Duitse bezetter, zelfs tot op het punt van het overhandigen van fietsen om de Duitse oorlogsmachine te voeden. Het was een tijd van duisternis en onderdrukking, waarin het dagelijkse leven werd overschaduwd door angst en onzekerheid. Maar te midden van deze beproevingen, bleven de mensen van Nieuw-Amsterdam en heel Nederland hoop koesteren en vastberadenheid tonen, vastbesloten om te overleven in de donkerste dagen van de geschiedenis.