In het ingetogen dorpje Dalerpeel, waar de dorpsroddels zich voortplantten als een zacht briesje door de smalle straten, verborg zich een verhaal van moed, solidariteit en overleving. In de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog, toen de schaduw van het naziregime zich over Europa verspreidde als een donkere wolk, koesterde de familie Hoogeveen een geheim dat hun leven en dat van anderen in gevaar bracht.

Het begon met een luik, niet meer dan vijftig centimeter in het vierkant, dat als de enige toegang fungeerde tot een onderaards verblijf. Het was een schuilplaats voor degenen die door de vijand werden gehaat en vervolgd: joden. Een aardappelkeldertje diende als camouflage voor de clandestiene doorgang naar de verborgen leefruimte onder de vloer van de Hoogeveens.

Vier mensen vonden daar een thuis weg van huis, weggestopt onder de vloer, onder de bescherming van het echtpaar Hoogeveen. Twee vrouwen van middelbare leeftijd, een jong meisje van zestien en een jongetje van slechts zeven jaar oud leefden daar ruim twee lange jaren, gedreven door de wil om te overleven te midden van een wereld die hen afwees.

De dagen waren gevuld met angst en onzekerheid, maar ook met vastberadenheid en veerkracht. Met kolenschoppen in hun handen groeven de vrouwen wekenlang in de aarde, transformeerden ze hun benauwde schuilplaats tot een leefbare ruimte. Het zand werd in stilte naar boven gebracht, één plank tegelijk, terwijl de heer Hoogeveen het discreet afvoerde, elk gebaar doordrenkt van het besef van het gevaar dat hun leven bedreigde.

De dreiging was constant en onmiskenbaar. Razzia’s, huiszoekingen en de aanwezigheid van de gevreesde SS in het huis naast de Hoogeveens brachten hen keer op keer aan de rand van de afgrond. Maar telkens slaagden ze erin te ontsnappen, verdwijnend door het luik, weggedoken achter een schijnbaar onschuldige kinderwagen, terwijl hun harten bonkten van angst en opluchting.

Niet alle ontsnappingen verliepen vlekkeloos. Soms werden ze gedwongen hun schuilplaats te verlaten, zich te verschuilen tussen de tabaksplanten achter het huis, terwijl de dreiging van ontdekking hen als een zwaard van Damocles boven het hoofd hing.

Maar te midden van de duisternis was er ook licht. Ondanks de voortdurende angst vonden de Hoogeveens en hun gasten momenten van vreugde en camaraderie, een glimp van menselijkheid te midden van de chaos en het gevaar.

Het verhaal van de Hoogeveens en hun moedige daad van verzet tegen onrechtvaardigheid en onderdrukking zou pas jaren later volledig worden verteld. Maar zelfs toen, in de stille straten van Dalerpeel, fluisterden de muren van hun huis het verhaal van een schuilplaats van hoop, een oase van menselijkheid te midden van een wereld die was verduisterd door haat en intolerantie.