Deze belevenissen zijn vastgelegd in een reisverslag door de drie podagristen op een van hun reizen.

De Twiester (Twist) kermis grenst direct aan deze veenkolonie in het Hanoverse gebied, en wie bekend is in deze regio heeft de kermis daar bezocht of erover gehoord.

Degenen die graag mooie, welgevormde vrouwen zien en van vrolijke dansen houden, slaan de Twiester kermis niet over en komen er telkens weer vandaan met het verlangen naar nog meer van dat genot. Eens per jaar, – wij denken in september, – ziet men mensen vanuit alle hoeken van Drenthe en Hanover naar de kermis trekken, en een bonte mix van allerlei talen en nationaliteiten en diverse klederdrachten beweegt zich langs de koek- en galanteriekramen.

In Nieuw-Schoonebeek ziet men slechts een enkele koekkraam, maar iets verderop, op Hanovers grondgebied, biedt de Munsterse nijverheid allerlei snuisterijen aan die men tevergeefs op een Hollandse kermis zou zoeken.

Al gauw is het tijd voor de Ochtend kerkdienst en de menigte begeeft zich naar de kerk. Na afloop hiervan bereidt men zich voor op een voorafgaand dansje, maar bezoekt ook nog de namiddag kerkdienst, neemt wat verfrissing om zich voor te bereiden op de avond en de nachtelijke festiviteiten.

Dan stroomt iedereen de herbergen binnen, waar de muzikant al klaarstaat met zijn viool en wacht op zijn slachtoffers, die zich tegoed zullen doen aan alles wat geboden wordt. Het is dan een echt plattelandsfeest, in volle glorie.

De viool klinkt vrolijk, terwijl de slanke, blozende, meestal bruinogige meisjes, gekleed in hun eigenaardige kledij – een zogenaamde japon, laag uitgesneden aan de voorkant, de hals bedekt met kantwerk, of in plaats daarvan een keurig gevouwen donkergekleurde omslagdoek, maar ook laag om de hals gespeld, met los bruin of zwart haar, opgestoken met een kam of nonchalant achter de oren gestoken en versierd met felgekleurde linten – met het gouden kruisje dat de Roomse achtergrond van de draagster aangeeft, op hun borst, lachend en stoeiend, met kuiltjes in hun wangen, aan de hand van hun cavalerie, die veel stemmiger gekleed is, zich naar de muziek begeven om de zorgen van het zorgeloze hart weg te dansen.

 “Alloo,” roept een gelukkige, in zijn zondagskleren gestoken Munsterse dandy, “alloo, muzikant, nog een dansje alsjeblieft.” – “Welke wals wil je?” antwoordt de kunstenaar met uitgestoken nek. – “Achter den dorenbos, heb ik het meisje gekust.” – “Jazeker – helemaal goed,” roept de violist, de strijkstok zweeft over de snaren, de voeten bewegen zich over de grond en in de lucht, de linten wapperen, er worden botsingen gevoeld, achter den dorenbos, zingt de losse Munsterse jeugd in onuitsprekelijke verrukking, en ontvangt eerlijke kusjes en steelt ze bij dozijnen, en hoewel de viool al zwijgt, danst hier en daar nog een neuriĆ«nd paar in de ruime schuur rond, tot uiteindelijk alles van vermoeidheid neervalt.

Nu worden de dames getrakteerd op wijn en mengen de mannen rode en witte wijn. Dat is echte Twiester drank.